U bent hier: Welkom » Personen » Slachtoffers M t/m S » Minco-van Hoorn, Grietje

Minco-van Hoorn, Grietje

Minco, Salomon

  • Geboren 17-09-1887 te Oldenzaal
  • Overleden 07-05-1943 te Sobibor, Polen – 55 jaar
  • Z.v. David Minco, kantoorbediende, en Sara van Wittene
  • Gehuwd in 1914 met Grietje van Hoorn

Minco-van Hoorn, Grietje

  • Geboren 04-07-1889 te ’t Zandt
  • Overleden 07-05-1943 te Sobibor, Polen – 53 jaar
  • D.v. Berend van Hoorn, slager, en Betje Hedeman

De ouders van Salomon woonden met hun drie kinderen aan de Molenstraat 24 te Oldenzaal. Salomon was reiziger. Hij woonde van september 1904 tot oktober 1906 in Sneek. Zijn moeder overleed in 1935 en zijn vader in 1938 in Amsterdam. Grietje was de oudste van de drie kinderen van Hoorn. Zij was onderwijzeres. Haar moeder, een geboren Ootmarsumse, overleed in 1918 en haar vader in januari 1940.

 Na hun huwelijk woonden ze aan Op den Koem 2 te Oldenzaal. Hier werd hun oudste kind David geboren. Eind december 1916 verhuisden ze naar de Prins Hendrikstraat 5 in Ginneken, waar hun twee dochters  Betje en Sara zijn geboren. Eind januari 1924 vertrokken ze naar Breda en in september 1940 naar ’t Stort Noord 9 (nu Snoeckgensheuvel 54) te Amersfoort. In november 1942 verhuizen naar de Muiderschans 155 in Amsterdam. Zoon David bleef met zijn vrouw Lotte op hun oude adres wonen.  Salomon en Grietje trokken bij hem in om in de buurt van dochter Sara (schuilnaam Marga) te zijn, die TBC had en langdurig in Utrecht in het ziekenhuis was opgenomen. Dochter Betje woonde toen als verpleegster in Amsterdam.

Salomon en Grietje kwamen op 17 april 1943 in kamp Westerbork. Op 4 mei gingen ze op transport naar het concentratiekamp Sobibor, waar ze kort na aankomst werden omgebracht. Dochter Betje en haar man waren al op  8 augustus 1942 in kamp Westerbork gekomen. Ze gingen op 10 augustus op transport naar het kamp Auschwitz, waar op 30-09-1942 zijn omgekomen. Zoon David gaf zich vrijwillig aan nadat zijn vrouw op weg naar een onderduikadres was opgepakt. Ze kwamen op 4 juni 1943 in kamp Westerbork. Ze gingen op 31 augustus op transport naar kamp Auschwitz, waar zijn vrouw na aankomst werd omgebracht. David werd in november overgeplaatst naar kamp Warschau, waar hij op 31-01-1944 is omgekomen.

Holocaustslachtoffers, evenals hun kinderen David en Betje met hun partners. Dochter Sara wist aan een arrestatie te ontkomen, ze dook onder en heeft de oorlog overleefd. In de onderduik werd ze Marga Faes genoemd, deze voornaam heeft ze aangehouden. Ze werd later bekend als de schrijfster Marga Minco. Van de familie van Salomon is zijn zus Betsy met haar man omgekomen. Van de familie van Grietje zijn haar broer Maurits en zus Estella met hun gezinnen omgebracht.

Joods monument en Stolpersteine te Amersfoort.

Minco-van Hoorn en David