U bent hier: Welkom » Oorlogsverhalen » Eindelijk vrij en dan de dood

Eindelijk vrij en dan de dood

Het grote verdriet in deze gezinnen is tastbaar in dit bijzondere verhaal, zie ook bevrijdingsfeest

Over Gerrit Jan Raeke – verteld door zijn broer Jan, geschreven door Gerard Lage Venterink.

Na vijf lange oorlogsjaren eindelijk vrij. En dan. Alsnog de dood. Gerrit Jan Raeke begroet 8 mei 1945 op de Groote Markt in Oldenzaal feestend de vrede in Europa. Net als zeven andere jongeren zal hij niet meer levend thuiskomen. Ze worden weggerukt ‘in den morgen van een veelbelovend leven’.

Raeke Gerrit JanEen rustige jongen, noemt zijn broer Jan hem. “Onze Gerrit was anders dan ik. Heel huiselijk. Zat graag stilletjes te prutsen aan kapotte klokjes en wekkers of was bij vrienden. Uitgaan, wat ik prachtig vond, deed hij eigenlijk nooit.”
Maar die avond van de achtste april wil hij met zijn vriend Jaap Keizers de Groote Markt op. De twee zijn gezworen kameraden. Het is ‘Victory in Europe-Day’, de dag dat de geallieerden in Berlijn de Duitse overgave aanvaarden. En dat moet gevierd worden. “Muziek, film, dansen; overal in Oldenzaal was wel wat te doen”, zegt Jan Raeke. “Net als in de dagen daarvoor.” Sinds de Canadezen de stad op tweede paasdag, 2 april 1945, bevrijd hebben, is het leven ineens zo veel lichter. Voor het eerst na vijf bange oorlogsjaren lijken mensen de lente echt te voelen. Steeds opnieuw zijn er spontane feesten.

“Gerrit was de hele maand nog niet bij zo’n feest geweest. Maar die achtste wilde hij er met Jaap op uit. Kom niet te laat thuis, waarschuwde mijn moeder nog. Maar ma, ik ben nog nergens geweest. Dan mag ik nu toch wel een beetje feestvieren, zei hij en nam afscheid.” Het is de laatste keer dat ze hem ongeschonden zien. Die nacht klopt Riet, de zus van Jaap – en zelf ook tamelijk ‘dik’ met Gerrit – aan bij de Raeke’s, die een groentezaak in de Kortestraat hebben. “Ze vertelde dat Jaap na een vreselijk ongeluk op de markt in het ziekenhuis lag. Dan is onze Gerrit daar vast ook, zei mijn moeder en ging met Riet mee.” Haar gevoel blijkt juist. Ze vindt haar 18-jarige zoon in een ziekenhuisbed. Veel zwaarder gewond dan Jaap. De rug kapot, metaalscherven in de longen. Soms nog bij kennis, soms al ver weg.

Wat er die nacht precies is gebeurd op de markt in Oldenzaal is nooit helemaal duidelijk geworden. Er is feest, vrolijkheid, vuurwerk. En er zijn jongens die munitieresten uit een Duits depot onderaan de Tankenberg naar het centrum hebben gesleept. De Canadese stadscommandant moet nog gewaarschuwd hebben voor de risico’s als er vuur bij komt. Vergeefs. Kort na middernacht dondert er een enorme explosie over de markt. Mensen worden weggeblazen, ruiten breken, een feest verandert in een bloedbad. Meer dan tachtig licht- en zwaargewonden tellen de artsen later. Acht Oldenzaalse jongens en meisjes, mannen en vrouwen tussen 13 en 34 jaar sterven. Direct, of in de dagen erna. Evenals een geallieerde soldaat.

Raeke Gerrit JanJan en zijn beide jongere zussen worden die nacht naar familie gebracht, zodat hun ouders bij Gerrit kunnen blijven. De middag na de knal neemt zijn tante hem apart, vertelt dat zijn broer het niet heeft gehaald. De dokters hebben niets meer voor hem kunnen doen. De medische kennis was minder dan nu. En de artsen hadden zo kort na de bevrijding ook amper materiaal.
“Het was heel raar toen mijn tante die boodschap bracht. Ik kan niet eens zeggen dat ik in tranen uitbarstte. Je hoorde in de oorlog zo vaak dat mensen dood waren. Mensen die je kende. Of over de Joden uit de stad. Het was net of zijn dood op dat moment niet eens doordrong.”
En dat hoewel hij goed met Gerrit kon. “We hadden nooit ruzie. Hij was mijn enige, grote broer. Ik keek tegen hem op. Ook omdat hij de laatste maanden van de oorlog ondergedoken was in het badhuis van Oldenzaal om aan de Arbeitseinsatz te ontsnappen. Ik vond dat heel wat.”
Gerrit komt nog één keer thuis, ligt een dag of wat in een met zwarte lakens behangen kamer om buren, vrienden, familie de kans te geven afscheid te nemen. Op 14 mei wordt hij te ruste gelegd op het katholieke kerkhof. “Het was warm in die dagen. Half Oldenzaal leek uitgelopen”, zegt Raeke. “Zo’n indruk had de ramp gemaakt.”

‘Heer, uw wil geschiede’, laten zijn ouders in de steen op het graf beitelen. Alsof ze het noodlot aanvaarden. “Maar in werkelijkheid waren mijn vader en moeder kapot. Mijn moeder ging de eerste maanden elke avond naar het kerkhof. Huilen. Zo verdrietig. Ze is er eigenlijk nooit meer overheen gekomen. Je kon het altijd aan haar zien.” Het graf is voor honderd jaar gehuurd. Hij zelf, 85 inmiddels, komt er zelden. Hij is niet zo’n kerkhofganger. Denkt op andere momenten aan zijn broer. “Als je beseft dat je erbij had kunnen zijn. Ik was die avond ook op de markt, was dolgraag gebleven. Maar ik was nog maar 15 jaar, moest eerder naar bed van mijn ouders.”

Raeke Gerrit JanHij heeft daardoor misschien geluk gehad, zegt hij. In dubbel opzicht zelfs. Begin jaren zestig trouwde hij met Riet, de vroegere vriendin van zijn broer. “Ze hadden in de oorlog weliswaar nog geen vaste verkering, maar ik denk niet dat ik haar had gekregen als Gerrit was blijven leven”, zegt hij en tikt op haar bidprentje met foto. Vijf jaar geleden is ze overleden.
Hij bewaart de herinnering aan haar in een plastic hoes, samen met het bidprentje van Gerrit. ‘Midden in den feestvreugde om den vrede werd hij weggerukt uit het midden van zijn dierbaren in den morgen van een veelbelovend leven’, staat er tussen de meer stichtelijke regels. Dat beeld van een in de knop gebroken leven raakt hem misschien nog het meest. “Hij had echt iets kunnen worden. Hij zat op kantoor, had de Radboud-mulo gedaan. Had na de oorlog graag verder willen leren. Hij zou nu 88 zijn geweest. Mijn vader is 92 geworden, mijn moeder 88. Het idee dat hij nu nog makkelijk had kunnen leven.”
Zacht: “Ze-ven-tig jaar. Zeventig jaar, die ik wel heb gehad en hij nooit heeft gekregen.”

 

Behalve Gerrit Jan Raeke kwamen bij de explosie in Oldenzaal om het leven Frans Nijhuis (13), Bernard Krüpers (17), Frans Riekert (17), Gerard Collet (18), Jan ten Veldhuis (18), Bernardina Croonen (20) en Joannes Holtel (34).

Dit verhaal verscheen op 28-03-2015 in de Twentsche Courant Tubantia

Foto graf – Twentsche Courant Tubantia @Charel van Tendeloo