U bent hier: Welkom » Personen » Slachtoffers K t/m M » Levisson, Mozes

Levisson, Mozes

Levisson, Mozes

  • Geboren 25-05-1858 te Klilow, Rusland
  • Overleden 09-01-1943 te Portugaal – 84 jaar
  • Z.v. Nathan Filip Leevenson, slaapsteehouder, en Jetta Kaplan/Fromme Kapelaan
  • Weduwnaar van Rebecka Becker
  • Gehuwd in 1901 met Jette de Boers

Levisson-de Boers, Jette

  • Geboren 06-01-1877 te Amsterdam
  • Overleden 05-03-1943 te Sobibor, Polen – 66 jaar
  • D.v. Samuel de Boers, sigarenmaker, en Elisabeth Emmering

De familie Levisson woonde sinds februari 1894  met hun gezin in Oldenzaal. Mozes was logementhouder en woonde op A 690 (Boterstraat) te Oldenzaal. Ze woonden eerder in Amsterdam en vertrokken in september 1903 naar Rotterdam.

Mozes bracht vier kinderen mee uit zijn eerste huwelijk, zijn vrouw was in april 1901 in Oldenzaal overleden. Hun zoon Noach overleed in mei 1901 in Oldenzaal na een mishandeling door een Russische gast. In oktober 1901 trouwde hij in Oldenzaal met Jette de Boers, waarna er nog twee kinderen in Oldenzaal werden geboren. In Rotterdam werden er nog drie geboren, waarna ze in 1911 naar de Torenlaan 24 te Dordrecht vertrokken. Hier werden de jongste vijf geboren. In beide plaatsen werkte Mozes als logementhouder. Sinds begin 1940 verbleef Mozes in een bejaardenhuis te Portugaal bij Schiedam.

In februari 1943 gaf de beruchte Jodenjager Harry Evers opdracht om het echtpaar Levisson met een ziekenwagen op te halen in het bejaardenhuis te Portugaal. De demente Mozes ‘mocht terug naar het tehuis’  en overleed daar op 09-01-1943. Jette kwam op 27 februari kamp Westerbork terecht. Ze ging op 2 maart op transport naar het concentratiekamp Sobibor, waar ze kort na aankomst werd omgebracht.

Holocaustslachtoffers, evenals hun zoon Elias. De kinderen Elias, Joseph en Nathan uit het eerste huwelijk en Elisabeth, Johanna, Marie, Samuel. Hermen, Ida, Henriette, Simon,  Meijer en Wilhelmina uit het tweede huwelijk  hebben allen met hun gezinnen de oorlog overleefd. Van de familie van Jette zijn haar broer Juda en haar zussen Henriette en Schoontje met grotendeels hun gezinnen omgekomen. Haar broer was al ruim voor de oorlog overleden, zijn gezin heeft deels overleefd, Haar jongste zus Celina overleed in mei 1941 in Amsterdam. Zij was in 1922 gescheiden van Elias Levisson, een broer van Mozes. Samen hadden ze vier kinderen,  die allen zijn omgekomen.

Joods monument en Stolpersteine te Dordrecht.

* Hun kinderen Simon, Meijer en Wilhelmina hebben de oorlog te nauwernood overleefd. Wilhelmina wendde een verdrinkingsdood voor, dook onder in Barneveld en kwam na de oorlog weer tevoorschijn. Simon en Meijer doken onder in de Biesbosch. In het boek ‘De Ark’ van Cees de Koning.  Hierin schrijft hij als lid van een familie van griendeigenaren in de Biesbosch over zijn tijd als verzetsstrijder. Het helpen van onderduikers en het overzetten van Joden, Engelse en Amerikaanse piloten en verzetstrijders. Dit gebeurde vanuit het Oosteind te Papendrecht via de crosslijn van zijn vader Pieter de Koning met de naam ,,Het Lijntje van de Koning” Door de Biesbosch naar het al bevrijdde Brabant/Lage Zwaluwe in de winter van 1944/45 en over de oorlogsjaren 1943/45. Daar werd o.a. het wel en wee van twee jonge Joodse onderduikers uit Dordrecht beschreven, de broers Simon (Tom) en Meijer (Jan) Levisson, zoons van Mozes Levisson en Jette de Boers. Deze twee zaten ondergedoken in een ark in de Biesbosch van de familie de Koning.

Levisson-Boers

Familiereünie in 2013

Levisson-BoersLevisson-Boers