U bent hier: Welkom » Personen » Slachtoffers C t/m K » Frankfort, Elisabeth geh. Rosenbaum

Frankfort, Elisabeth geh. Rosenbaum

  • Geboren 18-07-1890 te Deventer
  • Overleden 08-10-1944 te Auschwitz, Polen – 54 jaar
  • D.v. Emanuel Frankfort, slager, en Brunetta Wolfsheimer
  • Gehuwd rond 1924 met Bernhard Rosenbaum, slager

Elisabeth woonde van mei 1911 tot september 1912 bij de familie Melammet-Gobas aan de Boterstraat 3 te Oldenzaal. Daarna vertrok ze weer naar Deventer. Zij was typiste. Ze woonde daarna in Alkmaar en Amsterdam.

Ze was de jongste uit een gezin met drie kinderen. Haar vader overleed in 1928. Na Haar vader overleed in 1928. Na haar huwelijk woonde ze met haar man in Sterkrade-Holten, Duitsland. Haar man zat van 17 november 1938 tot 15 december 1938 in kamp Dachau.  Elisabeth en haar man kwamen op 1 februari 1939 als vluchtelingen naar Deventer en trokken daar in bij haar  moeder op de Walstraat 5. Dochter Meta was al enkele maanden eerder naar Nederland gekomen. Zij woonde korte tijd in Zeist en daarna bij haar oom en tante Abrahams-Frankfort in Amsterdam.

Elisabeth kwam op 15 januari 1943 in kamp Westerbork. Haar man kwam vanuit het werkkamp Hummelo hier naar toe. Beiden gingen op  21-04-1943 op transport naar het concentratiekamp Theresienstadt. Van hieruit werden ze doorgestuurd naar kamp Auschwitz, waar beiden op 08-10-1944 werden omgebracht. Hun dochter Meta ging al op 15-07-1942 op transport naar kamp Auschwitz, waar ze op 30-09-1942 overleed.

Holocaustslachtoffer, evenals haar man en dochter Meta. Als ook haar moeder, haar broer Joseph en zus Henriette met hun gezinnen.

Joods monument te Deventer.

- Geboren 16-12-1885 te Oldenzaal - Overleden 01-02-1943 te Auschwitz, Polen - 57 jaar - D.v. Salomon Mozes Frankfort, kantoorbediende, en Sara Cohen - Weduwe van Meijer Spanjaard, slager Het gezin woonde aan de 2e Eekteweg 1 te Oldenzaal. Haar moeder was de weduwe van Samuel Liefman Muller, die in overleed 1880 overleed. Samen met hem kreeg ze acht kinderen. Zij hertrouwde in 1885 met Salomons Mozes Frankfort, met wie ze dochter Johanna kreeg. Haar moeder overleed in 1907 en haar vader in 1922. Johanna trouwde in 1906 met Meijer Spanjaard en woonde daarna in Borne. Hier begon haar man een slagerij in het oude joodse schooltje aan de Oude Kerkstraat. Vanaf 1906 woont hij in een gedeelte van het Spanjaardshuis, dat in 1865 door zijn oom Levie Spanjaard is gebouwd. Ernaast liet hij een winkel annex slachterij, rokerij en stal bouwen. Ze hadden geen kinderen. Haar man stierf in 1925. Johanna verhuisde al voor de oorlog naar Deventer, waar ze in 1939 woonde aan de Brinckerinckstraat 22 en later aan de Eerste Weerdsweg 71. In oktober 1939 schreef ze een brief aan de Joodse Gemeente te Deventer, dat ze graag lid wilde worden van de Nederlands Israëlitische Gemeente aldaar. Ze kwam op 15 januari 1943 in kamp Westerbork. Ze ging op 29 januari op transport naar het concentratiekamp Auschwitz, waar ze kort na aankomst werd omgebracht. Holocaustslachtoffer, evenals haar halfzus en -broers Antje, Elia en Nathan Muller met deels hun gezinnen. Haar halfzussen Roosjen en Henriette hebben de oorlog overleefd, evenals deels hun gezinnen. Halfbroer Lion overleed al voor de oorlog. Van de familie van haar man heeft een zus overleefd. Joods monument te Deventer.