U bent hier: Welkom » Personen » Slachtoffers C t/m K » Cutzien/Krukziener, Hartog Aron

Cutzien/Krukziener, Hartog Aron

  • Geboren 14-10-1869 te Oldenzaal
  • Overleden 16-07-1943 te Sobibor, Polen – 73 jaar
  • Z.v. Aron Mozes Cutzien/Krukziener, pettenmaker, en Johanna Themans
  • Gehuwd in 1901 met Roosje Menk

Hij groeide op aan de Bisschopstraat 12 te Oldenzaal. Hun eigenlijke naam was Cutzien,  maar ze noemden zich Krukziener. Zijn vader had uit zijn eerste huwelijk met Klaartje Benjamin de Gorter al vier kinderen, zij overleed in 1857. Daarna hertrouwde hij in 1858 met Johanna Themans, waarna er nog vier kinderen werden geboren. Zijn vader had een pettenfabriek in Oldenzaal, de firma  A. M. Krukziener. Hij overleed in 1898 en zijn moeder in 1901. Zijn zoons Mozes, Salomon en Meijer namen de pettenfabroek over en verhuisden er in 1910 mee naar Zutphen.

Hartog vertrok in mei 1890 naar Zutphen, waar hij hulponderwijzer werd binnen de Israëlitische gemeente. Hij woonde daar bij zijn oom en tante Themans-Polak. Na zijn huwelijk bleven ze in Zutphen wonen, ze hadden geen kinderen. Later werd hij handelaar in glasartikelen en essences. In mei 1933 gingen ze wonen in het Joodse bejaardenhuis Beth Rafoeah aan de Mauritslaan 26-28 te Hilversum.

Hartog en zijn vrouw kwamen op 6 juli 1943 in kamp Westerbork. Op 13 juli gingen ze op transport naar het concentratiekamp Sobibor, waar ze kort na aankomst werden omgebracht.

Holocaustslachtoffer, evenals zijn vrouw en een broer van haar. Zijn broers Salomon en Meijer, zus Martha, halfbroer Mozes, halfzus Jansje en halfbroer Benjamin waren al voor de oorlog overleden. Hun gezinnen zijn grotendeels omgekomen tijdens de Holocaust. Zijn halfbroer Izak overleed in 1943 in Londen. Van de familie van zijn vrouw is een broer omgekomen.

Stolpersteine te Hilversum.

Cutzien-Hartog-Aron