U bent hier: Welkom » Oorlogsverhalen » Bevrijding van Oldenzaal

Bevrijding van Oldenzaal

Verteld door Herman Heinink – 89 jaar

De nacht van 1 op 2 april 1945 is angstaanjagend. Kanongebulder en overvliegende granaten houden je wakker. Boven slapen is gevaarlijk en daarom proberen we beneden toch wat te slapen. Maar rond 5 uur / half 6 in de morgen hou ik het niet meer uit. Als 14-jarige wil ik zien wat er gebeurt en ga de straat op nabij de spoorwegovergang, waar nu de spoortunnel is. Ik moet me schuil houden en doe dat bij Café Reerink op de hoek van de Spoorstraat en Haerstraat. Hier, niet ver van de overweg met loopbrug nabij Gelderman, zie ik de Canadese en Engelse bevrijders vanuit Enschede naderen. Strak gehurkt tegen een bloembak die naast de paardenstal staat, zie ik daar de eerste Canadese soldaat heel voorzichtig voor de eerste tank uitlopen. Hij heeft een mijndetector in zijn hand en tast daarmee de weg en de spoorrails af. Direct daarachter zie ik de eerste, zwaar gepantserde tank: het is een minesweeper, een mijnenveger, die er voor zorgt dat de andere tanks dat de andere tanks zonder gevaar Oldenzaal kunnen binnenrijden.

Heinink HermanDe Duitsers vluchten richting Duitse grens, maar hebben net daarvoor het Duitse kanon dat op de nabijgelegen Eekte stond, opgeblazen. Een scherf van dat kanon scheerde toen pal langs mijn hoofd en belandde in de bloembak. Dat scheelde maar een paar centimeter, of ik had dit niet kunnen navertellen. Die scherf heb ik jarenlang bewaard, maar heb ik toch maar weggedaan. Al eerder heb ik Duitse soldaten op fietsen en met trekkarretjes stiekem richting Duitsland zien wegtrekken.

Maar nu beleef ik het mooiste moment van die verschrikkelijke oorlog: de soldaat met schouderembleem waarop ’XII Manitoba Dragoons’ staat, geeft de overgang vrij. En zo rollen de eerste tanks Oldenzaals grondgebied binnen, terwijl de straatstenen er uit vliegen door het zware gewicht van de tanks. Maar we zijn vrij, echt vrij! Op deze Tweede Paasdag kun je weer zeggen wat je wil. Ik hoef niet meer bang te zijn, dat mijn vader, die ondergedoken is, opgepakt wordt. De druk van vijf jaar bezetting is definitief van je af. Eindelijk!

In die tijd rookt iedereen en aan een Canadese soldaat vraag ik: “Have du sigarets?” Hij begrijpt me donders goed en met een ‘big smile’ geeft hij me twee sigaretten: “One for you  and one for your father”. Wauw, een echte sigaret, een Wild Wobines nog wel!

Op de fiets ga ik achter de eerste tanks de stad in. Het is feest op straat en een alleen lopende  muzikant, Teunke Holsbeek, blaast lustig allemaal Oranjeliedjes op zijn trompet. De mensen zingen en jubelen het ‘Oranje Boven’. Dolblij dansen en springen zij. En de Honky Tonkymuziek zorgt voor feestelijke taferelen. Muzikant Holsbeek speelde eigenlijk bij Sint Jozef, maar die muziekvereniging is in de oorlog verplicht opgedoekt geweest, omdat men geen lid wilden worden van de Duitsgetinte Kulturkammer. Maar nu komen de verborgen gehouden muziekinstrumenten tevoorschijn en deze verhogen het feestgehalte van deze bevrijdingsdag!  Het is nu echt waar: we zijn vrij!!